{"id":193,"date":"2024-09-13T07:39:43","date_gmt":"2024-09-13T07:39:43","guid":{"rendered":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/?page_id=193"},"modified":"2024-10-31T09:22:28","modified_gmt":"2024-10-31T09:22:28","slug":"george-cassuto-izn","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/documents\/george-cassuto-izn\/","title":{"rendered":"George &#8211; in hiding"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><br><strong>His memories of WW II, first time in hiding<\/strong><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-full is-resized\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"800\" height=\"759\" src=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george602.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-489\" style=\"width:273px;height:auto\" srcset=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george602.jpg 800w, https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george602-300x285.jpg 300w, https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george602-768x729.jpg 768w\" sizes=\"auto, (max-width: 800px) 100vw, 800px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-group is-nowrap is-layout-flex wp-container-core-group-is-layout-8f761849 wp-block-group-is-layout-flex\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>This page and maybe next pages are dedicated to publishing parts of the interview held with George Cassuto Izn in 1996 about his experiences as a survivor of World War II in Holland. <\/em><\/p>\n<\/div>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>The interview was held in the scope of the so called Spielberg Project of WW II survivors.From this amazing account &#8211; not exactly written, but noted down from spoken words &#8211; the first part deals with his being revealed in 1941 that the family is Jewish and the capture and release by the Germans of his father prof. Ies Cassuto Mzn.<br>The interview is in dutch but in time I will provide for a summary in English.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>The questions by the interviewer are in bold.<\/em><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-full\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"400\" height=\"604\" src=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george1939.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-491\" srcset=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george1939.jpg 400w, https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/george1939-199x300.jpg 199w\" sizes=\"auto, (max-width: 400px) 100vw, 400px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-group is-nowrap is-layout-flex wp-container-core-group-is-layout-8f761849 wp-block-group-is-layout-flex\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\">The interview starts with a description by George of the family and its immediate past, mainly in the colony of the Dutch East Indies, from which the family returned to Holland in 1934. There passed a happy period, until the war broke out. at the right: George end 1939 \u203a\u203a<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><br><\/p>\n<\/div>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Was u zich in die tijd ( i.e. in the first years of the war) bewust dat u joods was?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee helemaal niet! ik wist het ook niet van hen. Zij zeiden nooit wat, die andere kinderen. Dus ik heb dat pas in de zesde klas ontdekt. Dus toen was ik al elf inmiddels.<br><br><strong>Hoe hebt u dat toen ontdekt?<\/strong><br>Nou ik kwam op een goeie dag thuis, het was zeven april 1941 en<br>mijn moeder zei: Papa is weg, in die tijd zeiden wij Indische mensen Pappie, Pappie en Mammie was het altijd. Ik heb dat later ontdekt dat het vooral Indische mensen zijn die dat zeggen, dus ze zei: Pappie is weg.<br>En toen zei ik: hoezo weg? Het was een uitermate goed huwelijk dus ik kon me niet voorstellen dat hij boos het huis uit was gelopen.<br>Ze zei: hij is opgepakt door de Duitsers.<br>En ik keek haar aan, ja, nou ja, ik begreep er niets van, opgepakt door de Duitsers, 7 april 1941.<br>Ja, zei ze, want sinds vorige week mogen joden geen lid meer zijn van een bestuur, een commissie of wat dan ook en je weet, pappie is voorzitter van de oudercommissie van het gymnasium, daar zat mijn wat bizarre broer toen op die school.<br>En toen zei ik: ja, wij zijn toch geen joden.<br>Toen zei ze: jongen ga eens rustig zitten dan zal je moeder je wat vertellen.<br>En toen kwam het verhaal. Dat ze dus allebei joods waren en vader was opgepakt. Hij was net weg. De overvalwagen was net weggereden en zo ben ik daar dus achter gekomen. Dat ik joods was. Vader is na drie weken weer los gelaten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Is er voor 1940 veel over de oorlog gepraat, zagen u ouders het aankomen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nou, ik denk voor 1940 niet, iedereen was een beetje in de waan van Neville Chamberlain, die zei: &#8220;het loopt niet zo&#8217;n vaart&#8221;, toen hij terugkwam uit Muenchen in 1939. En kort daarna brak de oorlog uit; toen hebben we nog gedacht, dat wij er niet bij betrokken werden, herinner ik me van mijn ouders, en het was toch een hele schrik 10 mei, toen de Duitsers binnenkwamen. In het begin, denk ik, wisten zij ook niet precies wat het zou worden.<br>Hoe gek het ook was, ik herinner me nu achteraf, dat ze toch weinig meeleefden met alles wat er gebeurd was: de Kristalnacht en noem het allemaal maar op. Mijn ouders stonden daar toch wat verder van weg.<br>Aan de andere kant waren ze zich wel bewust van wat er aan de hand was, herinner ik me ook wel weer. Want mijn vader had in Utrecht antisemitische dingen meegemaakt. Dat was ook de reden dat hij daar ook weer weggegaan is. Want hij heeft gezegd: voor mij hoeft het niet. Ik heb een goed pensioen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Wat had hij meegemaakt?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nou, ze deden daar vervelend; later bleek, dat er mensen uit de faculteit waren, hoogleraren, die allemaal uiteindelijk NSB-ers bleken te zijn en zijn boezemvriend, die hem het baantje had bezorgd in Utrecht, die werd later de NSB &#8211; burgemeester van Den Haag.* Dat was een verrader.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe heette hij?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Westra. Dus mijn vader was wel degelijk op de hoogte van alles wat er aan de hand was, maar ik was te jong omdat allemaal te beseffen. In ieder geval &#8211; voorzover ik weet &#8211; waar ik bij was spraken ze weinig over wat er in Duitsland gebeurde, dat was ook typisch voor mijn vader om het weg te dringen. Na wat hij had ervaren in Utrecht wilde hij ook nergens meer over praten: zo&#8217;n type was het, zeer gesloten, zeer introvert, moeder zeer militant, mijn vader zeer, tegenwoordig zou men zeggen, soft.<br>En dat hij later &#8211; na het uitbreken van de oorlog en de bezetting &#8211; zo alert was en wel op de hoogte was, dat kwam door de Duitsers in het Oranje Hotel, waar hij de maand april heeft doorgebracht in 1941 en daarna wist hij precies wat er aan de hand was.<br>We hebben nog een vluchteling uit Duitsland in huis gehad, in 1941-1942, die ons dus alles kon vertellen wat er na 1933 zich in Duitsland had afgespeeld. En toen waren mijn ouders zou je kunnen zeggen zeer goed ge\u00efnformeerd. Mijn vader dook ook met ons onder in de loop van 1942.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Weet u nog hoe die vluchteling heette?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat bleek achteraf een nicht te zijn van Hannie Kaufmann&#8217;s vader. Ik ben vergeten hoe ze van voren heette, dat zou Hannie me direct kunnen vertellen. En wij noemde haar juffrouw Kaufmann, ze werkte bij de Bonneterie in Den Haag.<br>En juffrouw Kaufmann zei, toen ze bij ons in huis was: vertrouw ze niet het is helemaal mis. Nou en na de ervaringen met de man die mijn vader had opgepakt , Franz Fischer, beter bekend als een van de drie, later een van de twee van Breda. Het was dus een uitgemaakte zaak dat we moesten onderduiken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>In 1941 is uw vader gearresteerd, was u daarbij?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee, ik was op school. Hij is gearresteerd om half 11, 11 uur, half 12 &#8217;s ochtends en wij woonden een straat van de school af ; dus toen ik vijf over twaalf thuis kwam was hij net weg. Ik was er niet bij.<br>Maar ik heb dhr. Fischer wel gezien, als ik hem zo mag noemen, want mijn moeder heeft dertien bezoeken aan hem afgelegd in de dagen die daarna volgden om mijn vader los te krijgen.<br>En bij het een na laatste bezoek heeft ze mij meegenomen naar het kantoor van Fischer, en daar heb ik hem dus ontmoet. En de dag daarna zei hij tegen mijn moeder: Ich entlasse Ihn. Ik laat hem los.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Waar zat u vader toen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In de Pompstationsweg, beter bekend als het Oranje Hotel in Scheveningen. Daar was hij dus gevangen hij deelde de cel met Benjamin Telders, een heel groot verzetsman uit de universitaire wereld in Leiden. Die al was opgepakt, voordat prof. Cleveringa te Leiden zijn grote reden kon uitspreken tegen de nazi&#8217;s. Telders en mijn vader deelden de cel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Waarom is uw vader opgepakt toen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hij was opgepakt, omdat hij voorzitter was van de oudercommissie van het gymnasium en later beschrijft Presser het in het eerste deel van zijn boek &#8221; Ondergang&#8221;, als een voorbeeld was van de willekeur van de Duitsers. Ze vaardigde een oekaze de ene week uit en het volgend moment hebben ze gewoon in het wilde weg iemand opgepakt, een week daarna, om te laten zien, dat ze niet met zich lieten spotten en die man die willekeurig werd opgepakt was mijn vader, dat had ieder ander ook kunnen zijn.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Wisten ze dat hij joods was?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat hadden ze dus uitgezocht. Ze wisten precies wie er joden waren en de regel was: als je drie joodse grootouders had ,dan was je dus vervolgbaar, dan moest je worden vervolgd. De mensen met twee joodse grootouders waren zogenaamd vrij, maar konden opgepakt worden en met een joodse grootouder was je redelijk veilig. Mijn vader was de zoon van twee joodse mensen en had vier joodse grootouders.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe is uw vader behandeld in gevangenschap?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Redelijk goed, ja ze hebben zich vrij weinig gelegen aan hem laten liggen en de erge dingen zijn pas later gekomen, die tijd heeft hij er niet meegemaakt: dus toen ze uit het Oranje Hotel werden weggebracht en ik ben vergeten waar Telders uiteindelijk is omgekomen. Maar die heeft ook een aantal kampen afgewerkt en daar was de ellende. Telders was overigens niet-joods. Mijn vader is vrij goed behandeld.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe was dat voor u, u hoorde voor het eerst dat u joods was, uw vader was gearresteerd?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Vreselijk natuurlijk. Ik was helemaal erschuettert. Helemaal in de war, upset, in het engels, ja, en ik wist eigenlijk niet wat ik er mee moest. En ik maakte dus elke dag mee, als ik thuis kwam, dat mijn moeder bij dhr. Fischer was geweest, terwijl ik op school zat. Dus dat is allemaal heel vreemd eigenlijk. We hadden een dienstmeisje, die voor ons zorgde.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe oud was u toen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dit heeft zich afgespeeld in april 1941 en toen was ik 11 jaar oud en zat vlak voor het toelatingsexamen voor de middelbare school. In die tijd moest je nog toelatingsexamen doen. Nu heb je de test altijd in de zesde klas. Maar toen was het een toelatingsexamen. Ik was dus iets voor. De meeste van mijn klasgenoten waren 12 of 13 jaar.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>U bent een keer met u moeder meegegaan, u hebt Fischer ontmoet, hoe was hij?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zogenaamd leek het een hele aardige man, dat weet ik nog wel. Dat was hij dus uiteraard niet. Hij was zeer beleefd en zeer hoffelijk. Hij was een raar mens, ik heb gelukkig met de Duitsers nooit wat te maken gehad, doordat ik ben ondergedoken. Maar als ik later bedenk, wat er van Fischer geworden is, dan moet dat een vreselijke man zijn geweest. Mijn moeder vond het een afschuwelijke kerel, dat weet ik nog wel. Ik heb hem dus maar even ontmoet want hij had ook geen tijd voor haar. Het was een wonder, dat wij in dat kantoor binnendrongen. En de dag daarop heeft hij vrij uitgebreid met haar gepraat en toen gezegd, ik laat je man los.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Het is heel bijzonder van uw moeder geweest dat ze daar dertien keer naar toe is geweest<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, onbegrijpelijk! Hoe krijg je het voor elkaar en haar vrienden en vriendinnen, dat weet ik dus nog wel uit mijn persoonlijke geheugen, die zeiden: Lien je bent gek. Je hebt drie kinderen waarvan een in Indonesi\u00eb, Indi\u00eb, zeiden we toen nog, twee thuis en als Fischer jou ook oppakt en hij stuurt jullie uiteindelijk door, wat moet er dan van die kinderen, en met name van dat jongetje van elf, worden?<br>Maar mijn moeder had maar een doel: Ies moest vrij. En daar gooide ze haar hele hebben en houwen tegenaan, zeg maar. Ja: dat was typisch mijn moeder, dit. Zeer militant en nergens aan denkend verder.[ lees het verslag van Lien Cassuto-Winkel dat eveneens op deze website is opgenomen, gemaakt voor het<br>boek van dr. J. Presser, waar het incident vermeld is op p. 111** ]<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En toen kwam uw vader weer thuis<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat zie ik dus zo voor me, hij kwam thuis. Hij zat maar in over die Telders, die hij in de cel had achtergelaten. Dingen lopen altijd anders dan je denkt, he. Hij was helemaal niet zo vrolijk weet ik nog. Ja, hij was wel vrolijk en blij en dankbaar natuurlijk, maar hij zat maar in over die Telders; dat hij die alleen had gelaten. De Telders uit het verzet: &#8221; Ies, ik ben een vrijgezel, veel jonger dan jij, en jij moet naar je vrouw en kinderen terug&#8221;. Het enige wat mijn vader moest beloven was, dat hij zijn ouders, de oude Teldersen op de Nieuwe Parklaan, zou bezoeken en verslag zou uitbrengen hoe het met hem ging. Dat heeft hij toen gedaan.<br>Maar we waren natuurlijk ontzettend dankbaar, dit heeft een geweldige invloed gehad op onze toekomst, want zoals ik al zei mijn vader heeft daarna de vinger aan de pols gehouden en in een vrij vroeg stadium toch besloten om onder te duiken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Kunt u zich nog het moment herinneren dat u jodensterren moest gaan dragen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat weet ik nog heel goed; dat was dus vrij kort daarna, in de loop van 1941, dacht ik. Of was het begin 1942, kan ook nog wel. Maar ik weet dat ik ze, even zien hoor, ja het was in 1941, ik weet : in juni 1941, kort na het gebeuren met mijn vader, kregen we het briefje:<br>&#8216;we mogen niet meer naar school&#8217;, ik kreeg twee briefjes. De ene week kreeg ik een briefje:<br>&#8216;je bent toegelaten tot het gymnasium&#8217; en een week daarop kwam een briefje: &#8216;joodse kinderen worden niet meer toegelaten; dus je komt niet naar het gymnasium en je hoort nog wel&#8217; en vrij kort daarna kwam er een bericht, dat de duitsers een joods lyceum hadden opgericht. Daar zijn we 2 september naar toegegaan en toen hadden we de ster op.<br>Dus die ster moet zitten tussen juni en september 1942.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-full\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"500\" height=\"317\" src=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/09\/george-joods-lyceum.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-203\" srcset=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/09\/george-joods-lyceum.jpg 500w, https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-content\/uploads\/2024\/09\/george-joods-lyceum-300x190.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 500px) 100vw, 500px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>George Cassuto in de klas van het joods Lyceum te Den Haag 1941-1942<br>bron:Wally de Lang: &#8216;Slotakkoord der kinderjaren&#8217; , 2003 Zie ook de pagina op www.haagsescholen.nl<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En met de ster op wandelden we door Den Haag, vanwaar ik woonde, &#8211; ik woonde dus bij het gemeentemuseum &#8211; naar de gevorderde school, die bij het Hobbemaplein was, voor Hagenaars is dat het Grote Markt terrein, &#8217;t was niet zo ver lopen, ik weet het niet meer zo goed. Maar goed, onderweg werden we door de NSBers uitgescholden, want we hadden natuurlijk een ster op. Ik herinner me toen, dat ik voor het eerst het woord &#8220;smous&#8221;** hoorde.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het was voor mij ueberhaupt toen vooral vreemd om in een paar maanden tijd te zijn omgetoverd tot een joods jongetje, dat moest worden uitgescholden en niet naar school mocht. Heel schokkend toch allemaal wel hoor. En ook die school waar ik een jaar gezeten heb, daar heb ik dus joodse mensen leren kennen die hun brooche**** moesten zeggen en een keppeltje droegen enz. en ook joodse leraren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En ging u al alleen naar school?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik ging met een paar kinderen uit de buurt, waaronder Eva Koekoek die twee straten verder woonde. We wandelden dus in een klein groepje naar school en daar kwamen dus de kinderen uit de hele regio bij elkaar, Voorburg, Rijswijk en noem maar op.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Op een gegeven moment besloot uw vader om te gaan onderduiken?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja. Hij nam dat besluit in juli, dat was nog niet eens zo vroeg denk ik, juli 1942, maar het was zo, dat er werd gezegd de Portugezen<strong><em>** komen als laatste aan de beurt. Eerst werd er gezegd: ze komen niet aan de beurt en later: ze komen als laatste aan de beurt. Mijn moeder was een asjkenazisch<\/em><\/strong>** meisje en mijn vader een sefardische jongen. Ten huize van mijn grootouders Cassuto werd gesproken over een gemengd huwelijk.<br>Mijn vader was in de mannelijke lijn de eerste die niet met een Portugees, Spaans, Italiaans meisje trouwde. Dus het leek zogenaamd niet zoveel haast te hebben, maar in juli kwam de oproep voor mijn broer voor het werkkamp, zo werd het gesteld, dus die dook medio juli onder, meteen, en toen hebben wij verder ook niet afgewacht en zijn we uiteindelijk &#8211; naar mijn latere idee toch laat &#8211; ondergedoken in begin oktober.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe kwam uw vader aan een adres? Aan de contacten?*<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">We hadden een paar contacten. In de eerste plaats was er de dochter van moeders zusje, mijn tante Annie, die een dochter had, die enige bekendheid heeft gekregen in Nederland, Lydia. Ze noemde zich vanaf de oorlog niet bij haar vaders naam Cohen, maar noemde zich bij haar moeders naam Winkel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Lydia Winkel heeft een persoonsbewijs bemachtigd waaruit bleek dat ze niet joods was,<br>ze was overigens geboren op Java, waar mijn tante en oom ook zaten.<br>En Lydia was zo als dat dan heette ondertrouwd met een man met wie ze nooit getrouwd is. Jan Postumus. En Jan en Lydia waren mensen in het verzet. En dat was ons ene contact met de illegaliteit (\u2026.) .<br>Lydia en Jan, en ene Herman zijn de mensen geweest die ons heel lang hebben begeleid als onderduikers. Later is het contact overgegaan naar een verzetsvrouw uit Oegstgeest,<br>Leny Visser, en die heeft ons het leeuwendeel van de bijna drie jaar dat we ondergedoken waren heeft die ons begeleid. En die zorgde voor de woonkaarten, adressen enz., dus we zijn herinner ik me via Herman en Lydia en Jan naar ons eerste onderduikadressen gebracht.<br>(\u2026..)<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>*See the curious letter preserved by George and which was probably an answer to his fathers request for a hiding place for him and the family, R.C. <\/em>&gt; <em>Family Foto&#8217;s<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Mocht u zelf spulletjes meenemen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee, alleen een koffer met wat kleren ging mee (\u2026..)<br>Ik ben een paar dagen ondergedoken geweest in Den Haag en daarna zijn we met z&#8217;n drie\u00ebn door de ondergrondse overgebracht naar Blaricum.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Met uw ouders?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dus mijn ouders en ik kwamen in de zelfde auto terecht en die brachten ons verder naar illegale dames en heren, naar Blaricum, waar wij dus een aantal weken in een huis, vakantiehuis van Rotterdammers, hebben gewoond.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik weet niet meer hoe dat kan wij zaten daar nog met een ander gezin, joods gezin uit Amsterdam. En ik weet niet hoe het mogelijk is dat wij daar zonder een gastheer of gastvrouw die de boodschappen deed hebben gewoond. Moet ik nog eens navragen, er is nog iemand in leven van de onderduikers.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Met welke andere familie was u daar?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja wij zaten daar met een familie Augura, die kort voor de oorlog hun naam hadden veranderd van Auguckiesman in Augura. Man, vrouw, zoon en dochter. De dochter leeft nog dus die moet ik dat eens een keer vragen. De zoon trouwens ook maar die zit nu in Isra\u00ebl. En daar hebben we dus een week of drie gezeten denk ik.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Wie waren de eigenaars van het huisje?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het huis was het eigendom van de heer en mevrouw Westerling uit Rotterdam.<br>Hij was van beroep tandarts en wat zij deed weet ik niet.<br>En wij zijn na drie weken overvallen door meneer Westerling, de tandarts, die heel geschrokken kwam vertellen, dat zijn vrouw een landverraadster was, die als een van haar doeleinden had het vangen van joden. En zij wilde ons dus, de twee gezinnen, laten overvallen door de Duitsers, die ons dan naar Westerbork zouden brengen.<br>Hij is daar net op tijd achter gekomen, dus de schrik van zijn leven. En hij heeft ons ook gewaarschuwd, net op tijd, een kwartier voordat de moffen kwamen. En wij zijn dus gevlucht, toen waren we dus vluchtelingen. Ja\u2026.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En waar bent u naar toe gegaan?<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nou, er heeft zich toen een periode ontrold, waar ik dus 26 adressen heb afgewerkt,<br>met die twee eerste samen heb ik er dus 28 gehad en we zijn op een aantal adressen geweest, waar we langer waren natuurlijk maar ook heel veel, erg veel adressen van een nacht, twee nachten of drie nachten.<br>In eerste instantie weet ik nog dat staat mij heel helder voor de geest dat mijn vader zei: &#8220;jongens, we moeten nu een gokje wagen&#8221;, de twee gezinnen vielen meteen uit elkaar natuurlijk, en mijn vader heeft dat gokje gewaagd door ons te brengen naar het hotel<br>&#8220;Het Wapen van Huizen&#8221;. En het gokje was: is die eigenaar, die hotelhouder, de herbergier,<br>is die goed of fout en &#8211; als als hij goed is &#8211; wil hij dan ons even helpen.<br>Nou hij was goed en hij zei u mag hier een nacht zijn maar dan moet u weg.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En u bent in die tijd ook begeleid door dezelfde mensen die u in eerste instantie ook hebben opgehaald?<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee, we waren even zonder. We moesten binnen een kwartier dat huis uit, en de ondergrondse wist het nog niet.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En waar bent u vanuit Huizen naar toe gegaan?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wij zijn vanuit Huizen terecht gekomen bij oude vrienden van mijn ouders uit Java,<br>waarvan zij een zeer dominante en militante vrouw was en hij was een, hoe noem je dat, een pantoffelheld, zo iemand die onder de duim van z&#8217;n vrouw zat. Hij was NSB-er.<br>Wij kwamen terecht bij een vrouw die zei, nou mijn man moet zich maar een paar dagen koest houden, ik wil jullie zolang helpen, jullie zijn hier heel veilig want het is een huis van een NSBer, en zij heeft hem inderdaad onder de duim gehouden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe heette die mensen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">J\u2026., M\u2026., hij was een Fries en Lena kwam uit Hilversum.<br>Maar dat heeft ons in zovere niet zoveel geholpen dat we nog steeds geen contact hadden met onze illegaliteit.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Toen hebben mijn ouders een wanhoopssprong gemaakt en zijn naar Epe vertrokken met mij. Alwaar we in twee verschillende hotels zaten en dachten dat we een huisje in het bos konden krijgen. Maar naar een nacht bleek dat ook allemaal niet te kunnen en zeer onverantwoord te zijn. Dus toen zijn we weer teruggegaan naar Hilversum.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Daar hebben we nog even bij mensen gezeten waarvan ik niets meer weet nu en toen hebben we contact gekregen met de illegaliteit, die ons eindelijk weer te pakken had en die heeft ons naar Bergen gebracht, naar Bergen aan Zee. Daar hebben we in een huis gezeten in het bos, vlak onder de duinen, waar de Duitse militairen zaten. Dat huis was het buitenhuis van een professor uit Amsterdam die daar een verpleegster in had, merkwaardigerwijs, een bijna gepensioneerde verpleegster als huisbewaarster en ik geloof niet dat zij ooit aan haar huisbaas heeft verteld dat ze ons een aantal weken heeft gehuisvest; en toen moesten van de duitsers de huisjes in het bos worden ontruimd.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>In welke tijd zijn we nu?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">We zijn nu eind 1942 en we zijn toen door de ondergrondse gebracht bij een in ons leven uiterst belangrijke familie in Nieuw Vennep, de Van Arkels, meneer en mevrouw Van Arkel, waar we toch wel een tijd hebben mogen onderduiken, we zijn we uiteindelijk terecht gekomen in een huis waar we een jaar hebben gezeten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Wilt u eerst nog wat vertellen over de familie Van Arkel?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, buitengewoon fijne mensen. Hij had een broer als bank, dat was een boerenleenbank.<br>Hij was zwaar ondergronds, zijn zoon Jo was nog zwaarder ondergronds; die is door de duitsers gepakt en zij kregen toen te horen dat hij dood was en na 5 mei bleek dat Jo leefde. Die heeft een geweldige feestelijke intocht in Nieuw Vennep gekregen.(\u2026..)<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Bij die familie Van Arkel waren daar meer mensen ondergedoken?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee, de Van Arkels hadden mijn vader en mijn moeder en mij genomen. Wij zaten daar met zijn drieen, maar als ik me goed herinner hebben ze in de loop van de oorlog ik weet niet hoeveel mensen gehad en het laatste gedeelte waren wij er weer. Wij zijn weer teruggekomen na een paar jaar.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Moest u zich echt verstoppen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wij moesten ons inderdaad dus koest houden en mochten het huis niet uit.<br>Maar de laatste periode dat ik er kwam, dus in april 1945, toen ik alleen kwam in,<br>zei Van Arkel tegen mij: &#8216;je bent nu een Haagse bleekneus die dus voor de honger gevlucht is. Je bent niet joods&#8217;. En toen mocht ik naar buiten. Ik heb toen voor hen boodschappen moeten doen, vond ik erg leuk overigens, op de fiets in hele Haarlemmermeer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Maar we zijn dus vanuit Nieuw Vennep in, ik denk, februari of maart 1943, naar, wat ik dan maar noem, een vast adres gegaan. Daar heb ik hier een straatnaambord van.<br>Daar heb ik bij de familie Spelbos &#8211; eerst met mijn ouders tien maanden, en later na een korte onderbreking nog in mijn eentje een maand &#8211; dus ik heb er uiteindelijk elf maanden vertoefd en ondergedoken gezeten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het was er vol met katholieken die mij niet wilde bekeren maar wel alles hebben geleerd van het katholieken geloof. Er waren daar vijf kindertjes in dat huis van mijn leeftijd en dan zo naar beneden naar vier jaar. Vrome katholieken, hele lieve mensen, we hebben het ontzettend goed gehad. We mochten niet naar buiten uiteraard.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Deze mensen hebben dus tien maanden en daarna nog een maand hun leven gewaagd en met hen heb ik nog steeds contact; vader en moeder Spelbos zijn uiteraard overleden, met de kinderen heb ik dus in 1993 het vijftig jaar onderduikfeest gevierd. Vijftig jaar later. En zij zijn mij komen ophalen en bij die gelegenheid gaven ze mij dus een straatnaambord, waarvan ik niet weet hoe ze eraan gekomen zijn. Ter eeuwige gedachtenis aan dat ik in de Abraham Bloemaartstraat heb ondergedoken gezeten. Ja.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En niemand wist verder dat u daar in huis was?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat wil zeggen dat wist niemand behalve een broer van de gastheer, meneer Spelbos, de andere meneer Spelbos noemde ik hem maar, die wist het dus wel en een zusje van mevrouw Spelbos wist het en die woonde in Hilversum.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En ik zal nooit vergeten na een aantal maanden die zuster van haar, voor de kinderen hun tante, dat die op bezoek kwam en toen zei tegen haar zusje, moet je eens luisteren Marie, zou het niet aardig zijn als ik die jongen, die jij hier hebt, even twee weken van je leen en dat ik hem meeneem naar Hilversum en daar dan als niet joodse jongen gewoon bij mij laat logeren, dan is ie twee weken vrij. Als zijn ouders dat goed vinden.<br>Nou mijn ouders zeiden ja, ja. Later hebben ze een beetje ruzie gekregen met de ondergrondse daarover, ze hebben die niet geraadpleegd. Ze zeiden, als u heel voorzichtig met hem bent dan mag dat wel. Dus ik heb twee weken ondergedoken gezeten merkwaardigerwijs bij de tante. Dat was heel gek, want toen moest ik weer terug en zat weer opgesloten uiteraard. Er is in die twee weken dus niets ernstigs gebeurd. Ik ben er goed doorheen gekomen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>In hoeverre zat u opgesloten?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wij zaten in een kamer met z&#8217;n drietjes en kwamen niet buiten, maar ik kwam zelf als jongetje wel in huiselijke kring. Als er dan wat gebeurde, als er werd gebeld of zo, dan moest ik onmiddellijk naar boven en dan kwam ik niet tevoorschijn.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe oud was u in die tijd?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In die tijd, ik spreek nu van 1943-1944, was ik 13 \u00e0 14 jaar. Ik werd eind 1943 14 jaar. Dus ik van 13 op 14 jaar ben ik daar geweest.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En hoe bracht u zo de dagen door?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dat was heel merkwaardig. Mijn ouders waren allebei typisch intellectuelen mensen, het waren geen B-figuren, dus ze wisten niets van wiskunde, natuurkunde en scheikunde enz. maar wel alle andere dingen. En mijn ouders hebben mij dagelijks les gegeven en ik bracht de dagen door met leren en &#8217;s avonds deden we dan een spelletje. Monopoly, Halma of Mens erger je niet. Dus ik heb geleerd en door mijn ouders bijgewerkt zijnde heb ik minder school verloren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En er was genoeg lesmateriaal aanwezig?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, hoe ze dat hebben gefikst weet ik niet, maar het werd steeds aangevuld.<br>De ondergrondse kwam daar voortdurend in huis, bonkaarten en zo.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik herinner me in juli 1943, toen kwamen ze met het bericht van de arrestatie van mijn nichtje, die verloofd was met mijn broer en ook ondergedoken zat, net als hij. Zij zat ondergedoken in Den Haag bij een gezin waar een huisvriend een NSB-er bleek te zijn, dat wisten ze dus toen nog niet. Ze speelde daar een niet-joodse rol speelde, ze was een soort van dienstmeisje.<br>De huisvriend verdacht haar ervan dat ze joods was. Die heeft de NSB-ers, de Duitsers of zo gewaarschuwd en toen is mijn nichtje opgepakt, Hetty Winkel heete ze.<br>Ze werd via Rotterdam naar Westerbork gestuurd.<br>En dat bericht kwam bij mijn ouders binnen via de ondergrondse, dat herinner ik me heel duidelijk, dat ze dat kwamen vertellen, Leny Visser in dit geval, en dat het een vreselijke schok was voor ons allemaal.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Dat was voor het eerst dat er iemand gedeporteerd was?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ja, dat wij dat hoorden, want de deportaties van de andere familieleden hebben wij pas later vernomen. Die waren dus te lang thuis gebleven, zijn na ons respectievelijk ondergedoken en verraden of gewoon van huis uit opgepakt met de razzia&#8217;s.<br>Maar de eerste die waarvan we iets wisten, was ons nichtje. Later hoorden we dat haar moeder &#8211; haar vader was, gelukkig zou je bijna zeggen, nog voor alles overleden &#8211; dat haar moeder, Ester Winkel-Querido, haar broer, en haar zoon ook zijn verraden, in de Raadhuisstraat en die hebben dus hun dochter en zusje in Westerbork teruggevonden en ze zijn dus alle drie omgekomen. Maar dat is een van de dingen uit dat jaar bij Spelbos die ik als de dag van gisteren nog voor ogen heb.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Was u in die tijd op de hoogte hoe het met uw broers ging?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nee, we wisten van onze broer in Indi\u00eb niks, nee en we gingen er vanuit dat ze allemaal in een kamp zaten, mijn broer en zijn vrouw en ze hadden inmiddels dus een jongetje van een jaar of een; wij dachten die zitten in kampen, achteraf was dat ook zo, mijn schoonzusje en haar zoontje zaten in diverse kampen op Java en mijn broer is al vrij snel naar Burma overgebracht alwaar hij aan de spoorweg moest werken. Dit stel, deze drie, hebben het alledrie overleefd.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En uw oudste broer?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dat is de oudste broer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>En de andere broer<\/strong>?<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De andere broer zat net als zijn verloofde ondergedoken in Den Haag.<br>Daar wisten we dus niks van maar die hebben we uiteindelijk ontmoet op het onderduikadres in 1944, in de Groene Steeg in Leiden. In de tijd van de arrestatie van Hetty kregen we ook te horen hoe het met hem was en we namen aan dat hij veilig ondergedoken zat.<br>Dat was toen ook zo in die tijd. En na de Utrechtse periode zijn we dus verplaatst naar Leiden. Daar hebben we verschillende adressen gehad. Hele korte adressen meest, ik herinner me het adres van de familie Van Traa aan de Rapenburg. En na de Leidse periode zijn we overgebracht, mijn ouders althans, naar Twente en ik kwam terecht in Rijnsburg. Bij een saai stel waar ik op een heel klein zolderkamertje zat en waar ik ook echt niet vanaf kwam behalve naar de wc.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik noemde net de van Traa&#8217;s, waar we dus maar heel kort hebben gezeten. Die heb ik daarna nooit meer teruggezien, tot ik een paar jaar geleden op het Rapenburg wandelend naar de kamer van mijn zoon die daar studeerde, plotseling een hele oude mevrouw uit een auto zag stappen, strompelend naar de voordeur, en ik dacht, het mens valt, laat ik even helpen, dus ik snel naar die oude dame toe en op datzelfde moment valt mij de deur op waar ze voorstond, met links &#8220;van Traa&#8221; als bordje.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Ik zei toen: mevrouw, leuk dat ik die naam hier lees want ik heb bij een familie van Traa ondergedoken gezeten op ditzelfde Rapenburg.<br>Ze zei: wanneer was dat, mijnheer,<br>en ik zei: dat was eind 1943 begin 1944.<br>Toen zei ze: toen hebben we joodse mensen in huis gehad met een jongetje van 13 \u00e0 14. Waar was dat huis waar jij was ondergedoken?<br>Ik zei: het was schuin tegenover de academie naast de bibliotheek.<br>Ze zei: dat waren wij. En dat jongetje van 13?.<br>Ik zei: dat ben ik.<br>Dus je hebt het overleefd, je ouders ook? M&#8217;n ouders ook. Ze zei: kom binnen,<br>ik zei: dat kan nu niet, want mijn zoon woont hier, die wacht op me,<br>maar, zei ze toen, komt u dan binnenkort eens thee drinken.<br>Dat heb ik dus gedaan. Een enige ontmoeting,<br>ik zei: u moet me even vertellen, u woonde toen in 1943-44 op het Rapenburg aan de overkant, u woont nu hier aan deze kant van Rapenburg.<br>Ja, zei ze, en daartussen in zit Groningen. Mijn man is professor geweest in Groningen daar heeft hij jarenlang met ons gewoond, maar later is hij verplaatst als hoogleraar naar Leiden en toen zijn we aan deze kant van het Rapenburg terechtgekomen. En nu hebt u mij teruggevonden. En mijn man is natuurlijk overleden, zei ze.<br>Ze was heel oud.<br>En toen zei ik, bent u nou van Maarten van Traa******, kamerlid,<br>toen zei ze, de moeder.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Toen was hij nog niet in die commissie hoor.<br>Dus wij zijn naar een korte Leidse tussenperiode terecht gekomen in Twente maar ik heb nog een kleine tussenperiode gehad, dat ik bij Spelbos in Utrecht terug mocht.<br>Mijn vader hoorde, die zat inmiddels in Twente, die hoorde dat ik diep ongelukkig was op mijn zolderkamertje in Rijnsburg waar ik dus niet afgekomen ben, waar ik met niemand kon praten, hele dagen in mijn eentje, met een boek van Karl May en zo gaat dat.<br>Mijn vader zei tegen mijn moeder,<br>dit kan niet, daar moet iets gebeuren.<br>Ja zei ze, maar wat wil je dan?<br>Ja zei hij dat weet ik eigenlijk ook niet, hier kan hij dus niet zijn voorlopig, weet je wat, ik stel de ondergrondse voor, dat ik hem ga brengen naar Spelbos in Utrecht, want die heeft gezegd toen we weggingen, hij mag altijd terugkomen, die jongen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Waarom bent u toen weggegaan bij Spelbos?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Spelbos zei heel terecht, het heeft nu zo lang geduurd, we durven het niet meer.<br>Achteraf hoorde ik van de jongelui, na jaren, de overburen van Spelbos, NSB-ers, hebben nooit in de gaten gehad dat wij daar zaten. Wonderlijk.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">We mochten ook niet voor het raam verschijnen. We hadden nl. een voorkamer. En je mocht nooit bij het raam komen. Dus wij zaten in dat stuk van de kamer. Maar toen zei mevrouw Spelbos, een hele goeie ziel, die zei, ik neem met tranen in m&#8217;n ogen afscheid van u na 10 maanden, maar als u ooit in nood komt laat dan die jongen terugkomen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dus mijn vader heeft toen een eigen actie georganiseerd, eigenlijk dus met mijn moeder als tegenstandster, die zei: dat kan je niet doen, Ies, je kan niet zomaar optreden, je bent onderduiker.<br>Hij is dus toch naar Spelbos gereisd, dood-gevaarlijk was dat eigenlijk. Hij heeft gezegd zou u mijn zoon nog een paar weken willen hebben? Uiteindelijk kan ik het wel ritselen, dat hij er in Twente ook weer bijkomt.<br>En toen hebben ze ja gezegd en mijn vader is doorgereisd naar Rijnsburg (hij wist kennelijk waar ik zat) en hij heeft mij daar gewoon weggehaald. En gebracht naar Spelbos waar ik een heerlijke maand heb gehad, een reuze weerzien en daarna mocht ik naar Vroomshoop bij de familie Blok, die mijn ouders als onderduikers hadden en een jongen van toen 17 jaar. Dus uiteindelijk hadden ze vier onderduikers. Mijn ouders, mij en die jongen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Hoe heette die jongen?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Nou die heette Meindert, tenminste dat hij zei, dat hij zo heette en later bleek hij, maar dat weet ik niet zeker meer, Mozes te heten, Mozes de Jong, maar hij werd door z&#8217;n ouders Vrin genoemd.<br>We hebben elkaar na 50 jaar weer teruggezien, hij heeft mij nog steeds niet gezegd hoe hij echt heet, maar aangezien hij internist is kun je dus het bord zien van de dokter en daar staat: dokter M. de Jong. Ik zei natuurlijk Meindert tegen hem, na onze hereniging maar hij zei ik heet Vrin. Dus Vrin, met hem heb ik daar dus ondergedoken gezeten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Dat was in 1944?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In 1944, ik ben er omstreeks 1 april aangekomen, we hebben er een paar maanden ondergedoken gezeten en toen was er een verplaatsing van de Duitse troepen en die kwamen zo dicht bij het huis, dat Blok en zijn vrouw zeiden, dit durven we niet meer.<br>Toen heb ik altijd begrepen, dat we alle vier zijn weggegaan, maar in werkelijkheid is Vrin, Meindert dus, er gebleven, zo heeft hij me later, na 50 jaar, verteld. Hij is dus niet opgepakt gelukkig.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wij zijn dus weer teruggegaan naar Leiden en mijn ouders kwamen daar terecht bij mensen, bij wie we uiteindelijk langer konden blijven. En ik ben toen tijdelijk door de ondergrondse gestald op een adres in de Groene Steeg in Leiden. Totdat we terecht konden met z&#8217;n drie\u00ebn op \u00e9\u00e9n adres.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Uiteindelijkben ik terecht gekomen bij de familie Hof in Leiden, maar die hadden toen nog niet direct plaats voor me en toen had de ondergrondse georganiseerd, dat ik een tijd mocht logeren op de Groene Steeg in Leiden en tot mijn verassing was dat het in het huis was, waar mijn broer ondergedoken zat. Dus naar ruim twee jaar zagen mijn broer Ernest en ik elkaar terug.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Maar bij welke familie bent u toen geweest?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Uiteindelijkben ik terecht gekomen bij de familie Hof in Leiden, maar die hadden toen nog niet direct plaats voor me en toen had de ondergrondse georganiseerd, dat ik een tijd mocht logeren op de Groene Steeg in Leiden en tot mijn verassing was dat het in het huis was, waar mijn broer ondergedoken zat. Dus naar ruim twee jaar zagen mijn broer Ernest en ik elkaar terug.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>aantekeningen Rob Cassuto:<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>*** smous = scheldwoord voor &#8220;jood&#8221;<br>****brooche = beracha = zegenspreuk, b.v. voor het eten<br>** Het incident is later kort verhaald in dr. J. Presser&#8217;s &#8216;Ondergang&#8217;, aldus (p. 111):<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>De niet voor publikatie bestemde directieven voor de Nederlandse pers van 9 april 1941 bevatten de opmerking van de Duitse perscontroleur Janke, dat het gewenst was, dat de bladen een bepaald door hem aangestipt artikel in de Deutsche Zeitung in den Niederlanden overnamen. Het heeft ook zin, in dit werk er enige aandacht aan te wijden. Het stond in dit Duitse blad in het nummer van 8 april met als hoofdkop \u2018Juden sind keine Niederl\u00e4nder\u2019 en daaronder: \u2018Ein Hebr\u00e4er als Vorsitzender einer Elternvereinigung\u2019.<br>Wat was het geval? De oudervereniging van een Haags gymnasium had een Jood tot voorzitter gekozen en het gevolg was dat deze Jood naar een Duits concentratiekamp was gevoerd. Men zou natuurlijk wel weer zeggen, dat hier recht en belang van Nederlanders waren geschaad, maar Joden enz. enz. De familie mocht nog blij zijn, dat men niet ook het vermogen in beslag had genomen. Als nu de Joden voortaan maar bij hun eigen zaken bleven, dan hoefden ze dergelijke gevaren niet te lopen. Weer enz. enz.; de lezer begrijpt het ook zo wel.Het bericht vond inderdaad in de pers verbreiding en wekte niet weinig opzien.<br>De zaak leek schrijver dezes belangrijk genoeg voor een poging tot onderzoek, die door een gelukkig toeval met succes is bekroond. Dat gelukkige toeval is dan het feit, dat de weduwe van de betrokkene, de in 1955 overleden dr. I.H. Cassutto, nog leefde en bereid was, van het verloop dezer kwestie een verslag op te stellen.<br>Hieruit blijkt, dat dr. Cassutto helemaal niet naar een kamp was gezonden (men zette dit maar in de krant), maar na een week of drie gevangenschap in de Cellenbarakken te Scheveningen was vrijgelaten, terwijl bovendien de grote mate van \u00e9gards verrast, door de hierbij betrokken Duitsers, met inbegrip van de later zo berucht geworden Fischer, toen nog getoond jegens de Joodse gade van de gevangene, mevrouw C. Cassutto-Winkel, die zich met grote dapperheid onmiddellijk tot hen gewend had.<br>Men weet, dat later tegenover zulke initiatieven de Duitse politiemannen meestal zonder genade waren. Herzberg herinnert er terecht aan, dat zulke gebeurtenissen een zware druk moesten leggen op het Joodse zelfvertrouwen &#8211; zo waren ze ook bedoeld. Eerst straffen, dan verbieden; zo was de Jood er nimmer zeker van, of hij in overtreding was of niet; het was trouwens niet zelden uit de straf, dat men zelf maar het verbod moest opmaken.<br>Een kleinigheid dit (sic! RobC), zoals die aprilmaand 1941 er meer te zien geeft\u2026.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>lees hetdoor dr. J. Presser gebruikte verslag van Lien Cassuto-Winkel dat eveneens op deze website is opgenomen<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em><strong>*<\/strong> &#8220;Portugezen&#8221; = joden van Portugese afkomst, behorend tot de Sefardische Joden, afkomstig uit het Middellandsezee-gebied. Joden afkomstig uit Oost-Europa worden Asjkenaziem\/Asjkenazische Joden genoemd.<br>Een zijsprongetje: In indie werd naar ik heb horen verluiden door Joden vaak aan andere Joden gerefereerd als &#8220;Mexicanen&#8221; &#8211; ook door mijn grootmoeder Lien &#8211; , als een soort &#8220;dek-woord&#8221;, aangezien men waarschijnlijk liever het Jodendom in de coulissen liet. Later hoorde ik dat dat &#8220;Mexicanen&#8221; stamt uit het Duits en een een verbastering is van &#8220;mag sie keiner&#8221;! Ik vraag me af, of mijn grootouders dit geweten hebben\u2026<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">****** <em>Maarten van Traa, member of the Dutch Parliament &#8211; de Tweede kamer, kind of House of Commons &#8211; known by his presiding the inquiry of the parliament into the IRT affair, illegal police practices. Maarten van Traa passed away some years ago, ironically not long after the decease of George.<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>His memories of WW II, first time in hiding This page and maybe next pages are dedicated to publishing parts of the interview held with George Cassuto Izn in 1996 about his experiences as a survivor of World War II in Holland. The interview was held in the scope of the so called Spielberg Project &hellip; <a href=\"https:\/\/cassuto.nl\/c\/documents\/george-cassuto-izn\/\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">George &#8211; in hiding<\/span> <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":102,"menu_order":25,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-193","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/193","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=193"}],"version-history":[{"count":11,"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/193\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":493,"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/193\/revisions\/493"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/102"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/cassuto.nl\/c\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=193"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}